Shunt Registry
Internationale studie naar de chirurgische complicaties en falen van shunts gebruikt voor foetale hydrothorax
Wanneer er zich te veel vocht ophoopt in de borstkas van een foetus noemen we dat een foetale hydrothorax. In sommige gevallen wordt gezien dat de hoeveelheid vocht in de borstkas van de foetus heel fors is, of snel toeneemt. Hierdoor kunnen de organen in de borstkas (hart en longen) in de verdrukking komen. Het hart kan zo ernstig in de verdrukking komen dat het aangeboden bloed niet meer goed kan wegpompen. Als dit gebeurt, zal de foetus op meer plekken in het lichaam vochtophopingen ontwikkelen, zoals in de buik, in de huid en rond het hart.
Dit noemen we hydrops foetalis of foetale hydrops. Dit kan worden behandeld door het plaatsen van een thoraco-amniotische shunt. Hierbij wordt de borstkas van de foetus aangeprikt met een naald. Via deze naald wordt een klein slangetje (shunt) ingebracht in de borstkas. Het ene uiteinde komt in de borstkas van de foetus te liggen, het andere uiteinde in het vruchtwater. Hierdoor kan het teveel aan vocht in de borstkas aflopen naar het vruchtwater. Op deze manier kunnen het hart en de longen ontlast worden en kan het hart het bloed weer normaal rondpompen.
Internationaal worden er verschillende soorten shunts gebruikt met elk voor- en nadelen. Deze worden met behulp van dit onderzoek met elkaar vergeleken om de uitkomsten te verbeteren en het risico op complicaties te verminderen.
De shunt registry is een internationaal onderzoek, geïnitieerd door het LUMC.
Deelnemende centra
| University Hospital Leuven |
| Karolinska institute Sweden |
| Imperial College London, |
| Liverpool Women’s Hospital |
| St. Georges University Hospital |
| University College London |
| University of Texas Health |
| Dell Children’s Medical Centre |
| University Hospital Zurich |
| Sinai Health System Toronto |
| Copenhagen University Hospital |
Met dit onderzoek bekijken we of, en zo ja welke, verschillen er zijn in de behandeling van deze kinderen na geboorte in de internationale context.
Onderzoekers
| Prof. dr. (M.C.) Monique Haak |
| Dr. (E.J.) Joanne Verweij |
| Drs. (T.T.) Tess Treurniet |
