



Bij een foetale hydrothorax zit er vocht zit in de borstkas van het ongeboren kind. Dit vocht verzamelt zich rondom de longen. Door de ophoping van het vocht kunnen er problemen ontstaan.

We starten met een uitgebreide echo. Tijdens deze echo bekijken we de conditie van het kind nauwkeurig. We controleren hoeveel vocht er in de borstkas zit en of er ook vocht in de rest van het lichaam zit. Ook meten we de hoeveelheid vruchtwater en de bloedstromen.

Na de echo heb je een uitgebreid gesprek met de gynaecoloog. We bespreken de uitslag van de echo met je en we leggen uit wat er aan de hand is. Jullie horen of er een behandeling nodig is.
Is er nog geen vruchtwaterpunctie gedaan? Dan adviseren we om dit te doen, omdat hydrothorax een onderdeel kan zijn van een genetische ziekte. De behandeling kan dan aangepast worden aan de situatie van jullie kind.
Het kind houdt op meerdere plekken vocht vast door de hydrothorax. We verwachten dat een shunt de conditie van het kind kan verbeteren.

Op de dag van de shunt plaatsing word je opgenomen op de afdeling Verloskunde J7-Q (GeboorteHuis), route 672. De arts bespreekt met je of je nog mag eten en drinken op de dag van de ingreep, dit heet nuchter zijn voor de ingreep.

Terwijl we met de echo kijken, brengen we met een naald een klein buisje in de borstkas van de baby. Dit buisje heet een shunt. De ene kant van het buisje zit in de borstkas van de baby. De andere kant zit in het vruchtwater.
Hierdoor stroomt het extra vocht uit de borstkas weg naar het vruchtwater. De organen krijgen weer genoeg ruimte.

Na de behandeling blijf je een nacht in het geboortehuis. Op die manier houden we in de gaten of er geen complicaties optreden.
De volgende dag maken we een echo, om te kijken of de shunt nog op de juiste plaats ligt en of de hoeveel vocht in de borstkas is afgenomen.

In de eerste week na de shunt plaatsing is het belangrijk om rustig aan te doen. Til geen zware dingen, werk niet en doe geen zwaar huishoudelijk werk. Loop alleen kleine stukjes en neem veel rust.
Je hoeft niet de hele dag in bed te liggen.

De bevalling zal plaats vinden in het LUMC. Meestal kan je gewoon vaginaal bevallen in de week voor de uitgerekende datum. Soms komt de bevalling eerder op gang.

Op de NICU (de intensive care voor pasgeboren baby’s) houden we de ademhaling en conditie van je baby goed in de gaten. In de eerste week na de geboorte kijken we of de hydrothorax terugkomt. Gelukkig gebeurt dit niet altijd.
Komt het vocht toch terug, dan onderzoeken we waardoor dit komt. Daarna starten we een behandeling die past bij de oorzaak.

Natuurlijk wil je ook weten hoe het later met je kind gaat. Dat is niet altijd goed te voorspellen. Dit hangt onder andere af van de oorzaak van de hydrothorax, het resultaat van de behandeling, de zwangerschapsduur bij de geboorte en hoe je kind het na de geboorte doet.
We volgen de ontwikkeling van je kind daarom zorgvuldig en houden de gezondheid goed in de gaten.