



FNAIT is een aandoening waarbij er een verschil is in bloedgroepen tussen de moeder en het ongeboren kind. Hierdoor maakt de moeder antistoffen aan tegen de bloedplaatjes van de baby.

Bij uw eerste bezoek bespreken we uw (medische) voorgeschiedenis. We bepalen het risico op basis van uw situatie.

Tijdens de afspraak wordt eerst een echo gemaakt door een arts prenatale geneeskunde. Op de echo kunnen we zien of de baby geen hersenbloeding heeft. We herhalen dit ongeveer elke 4 weken (vanaf 20 weken).
Als een behandeling nog niet nodig is, is het meestal wel nodig om jullie zwangerschap te blijven controleren in het LUMC. Door 4 wekelijks bloed te prikken en een echo te maken bepalen we of het nog nodig is met IVIG te starten. Ook maken we een plan voor de bevalling.

Wanneer er een verhoogd risico is, kunnen we behandelen met wekelijkse toediening van intraveneuze immunoglobulines (IVIg). Het doel van IVIg is om ernstige bloedingen bij de ongeboren baby te voorkomen.

De bevalling wordt gepland bij 37-38 weken. Zo zorgen we dat er een neonatoloog beschikbaar is en dat er speciale bloedplaatjes klaarliggen voor de baby, mocht dit nodig zijn. De manier van bevallen bespreken we met u en is afhankelijk van uw voorgeschiedenis en hoe het gaat in de zwangerschap.

Na de geboorte wordt de baby opgenomen om de bloedplaatjes te controleren. Soms heeft de baby na de geboorte nog steeds een tekort aan bloedplaatjes door antistoffen van de moeder. De neonatoloog controleert uw kind en bepaalt of een bloedplaatjestransfusie nodig is.
Als alles goed gaat met u en uw baby, kunt u binnen een paar dagen naar huis.