Het verhaal van Luuk
“De waarde is zo hoog, dat we niet weten of je kindje het gaat redden” met die woorden in ons hoofd reden we voor onze eerste afspraak naar het LUMC. Verwezen vanuit het regionale ziekenhuis zonder enig idee wat ons te wachten staat.
Na een paar spannende minuten in de wachtkamer kwamen al snel de eerste geruststellende woorden. Op dit moment gaat het goed met het ongeboren kindje. We mochten terug naar de wachtkamer waar we even later de arts spraken die ons weer toekomst en hoop gaf: Het LUMC is hét centrum als het aankomt op Rhesusziekte, of in ons geval Kell.
Er werd uitgelegd dat mijn antistoffen voor Kell, het bloed van de kleine konden afbreken. Met bloedarmoede tot gevolg. Daarnaast zorgt de anti-Kell ervoor dat de bloedaanmaak van de kleine ook vertraagd. Dubbele pech dus. Sinds dat moment mochten wij wekelijks op controle komen. Vermoeden ze aan de hand van de echo’s en metingen een vorm van bloedarmoede, dan werd diezelfde week nog een transfusie ingepland.
Onze hoop op een zo laat mogelijke transfusie vervloog toen we met 19 weken zwangerschap het bericht hoorde dat we donderdag terug mochten komen voor de eerste transfusie.
Het ondergaan van de transfusie is niet pijnlijk, maar erg indrukwekkend. Een heel team van mensen die je al voorbij hebt zien komen tijdens de controles staan je ontspannen op te wachten. Er wordt nog een grapje gemaakt en dan… concentratie. Middels een echo weet de arts een piepklein bloedvat te vinden om daar het donorbloed toe te dienen. Die samenwerking tussen echoscopist en arts is zo bijzonder en indrukwekkend om mee te maken!
Die week erna voel je het kindje weer vrolijk bubbelen in de buik. Het voelt zich weer prettig! En dan komt het besef dat jouw lichaam een mooi wezentje aan het opbouwen is, maar tegelijkertijd ook aan het afbreken. Waardoor het kleintje in jouw buik zich suf voelt… foutje van de natuur noemden ze het…
Gelukkig kon ik al mijn zorgen bij het LUMC kwijt en daar ook laten. Als ik weer een week verder was, hoefde ik mij niet druk te maken of het wel goed ging met de Kleine. Mochten ze het niet vertrouwen, dan kwamen ze direct in actie. Dus als de artsen zich geen zorgen maakten, hoefde ik dat ook niet. Hierdoor voelde ik mij thuis toch een onbezorgde zwangere.
Uiteindelijk na bijna 37 weken zwangerschap, werd onze Luuk geboren. Hij mocht nog lekker bij mij liggen en ook even bij papa, voor dat hij onder zijn lamp moest liggen. Gelukkig was het een soort licht coconnetje, waardoor hij zich warm en geborgen voelde. Al snel mochten we naar huis.
De drie maanden erna hadden we nog wekelijks de controle op bloedarmoede bij het regionale ziekenhuis. Zoals verwacht moest Luuk nog één keer een bloedtransfusie ondergaan. En nu is het een vrolijk ventje die de wereld om zich heen aan het ontdekken is.
Wij willen iedereen nog hartelijk danken voor de onwijs goede zorgen!
Moeder van Luuk
